Bekentenis

“Ongezouten & met suiker”

Nadat ik het gister met grote letters op facebook had  gezet, dat ik had ingecheckt bij het Antonius Ziekenhuis, zal ik nu een bekentenis doen.

Ik ben spookbenauwd voor de tandarts, niet voor de tandarts als persoon maar meer voor wat hij of zij me aan kan doen, terwijl ik met de pootjes omhoog lig met klemmen en slangen in m’n mond.

Gister is na 14 dagen ellende een dwarsliggende verstandskies verwijderd bij de kaakchirurg. Gisterochtend belde ik met de tandarts, de pijn hield maar aan. Binnen anderhalf uur lag ik in de stoel bij de kaakchirurg; misselijk, zwetend, trillend en bijna huilend, ik zei toch dat ik een bekentenis ging doen.

Het gesprek:

“Dit is een vervelende klus, een nare kies. Leuker kan ik het niet maken.”

“Wilt u mij asjeblieft niet nog banger maken?”

“Als ik zeg dat het een lastige klus wordt, kan het alleen maar meevallen. Als ik zeg dat het een makkie is, kan het alleen maar tegenvallen.”

Het klinkt wat cru, maar hij was heel lief. Ik was al enigszins gerustgesteld; deze lastige klus zou dus meevallen. Verdoving begon al te werken en assistente en chirurg hebben me redelijk op mijn gemak kunnen stellen.

Mijn buik wordt een bijzettafel en behalve het rampgebied wordt ik afgedekt met een operatiekleedje. Snijden, slijpen, boren, extra verdoving, slijpen, boren, wrikken, trekken, nogmaals extra verdoven en weer boren, slijpen en trekken. De kies is als het ware vastgeroest in de kaak. De dokter heeft mijn hoofd in de houtgreep, ja echt! Nog meer details?

Eindelijk is dat kreng eruit, en wordt de wond gehecht.

Ik ben zooooo opgelucht. Het is voorbij, het is over. Drie diepe zuchten ontsnappen uit mijn gestreste geest, we moeten er zelfs even om lachen.

Waarom nou dit enge verhaal?

Ik kan het jullie van harte aanbevelen om je angst te delen, op facebook of anders. Al die lieve meelevende reacties maken het half zo erg. Je ontdekt dat er meer mensen zijn die hetzelfde hebben meegemaakt en ook die dezelfde angst hebben. Gedeelde smart is halve smart.

Mijn angst is vast al in de jeugd ontstaan. Mijn eerste herinnering aan de tandarts was bij tandarts Brink (Achter, waar nu de Febo in Sneek is).

Mem met misschien wel alle 10 kinderen naar de tandarts. (Respect mem dat u ieder half jaar trouw met 10 kinderen richting tandarts ging!) De wachtkamer was in 1x vol. Het begon al met een negatieve opmerking; “Hoe kunt u met zo velen tegelijk komen?” Met 3 tegelijk mochten we naar binnen. Ik was niet meer een onschuldig meisje van zes met donkere pijpenkrullen, maar een nummer. Ik had braaf mijn mond open gedaan en ik had geen gaatjes. Ik was best trots op mezelf, maar wat als spannende expeditie begon, werd één grote teleurstelling. Het enige wat ik kreeg te horen was “klaar, volgende”.

De tweede tandarts was geen spreker, hij stelde mij dus ook niet op mijn gemak. Mem ging mee, zus ging mee, vriendin ging mee. De avond ervoor huilde ik mezelf in slaap, ’s ochtends was ik misselijk en moest soms zelfs overgeven. En toch braaf ieder half jaar naar de bekbeul. Nummer 3 was van Poolse komaf, een drama voor mij. Ik kon hem nauwelijks verstaan en hij vloog van kamer naar kamer; lopende band werk! Tandarts 4 is de liefste die ik ooit gehad heb. We hebben een praatje over koetje en kalfjes en over dat wat er gedaan moet worden. Het is nog steeds niet mijn hobby, maar leuker kan ik het niet maken.

Sis it mar   –   Annamarie   –   4 januari 2017